| |
|
 |
|
MEESTER - VUURWERK
Kolkweg 62-64
8243 PN Lelystad
tel.: 0320 - 261321 |
|
|
|
VEILIGHEID
Wij investeerden in uw en onze veiligheid !
de bij ons in gebruik zijnde bunkers zijn volgens onderstaande specificaties getest.
(dit alles om een veilige verkoop en opslag te kunnen realiseren.)
Inleiding
De test werd uitgevoerd op de Genschau-baan van het militair schiet- en oefenterrein "Leusderheide", onder supervisie van het Explosieve Opruimings Commando KL (EOCKL).
Het EOCKL heeft van de Domeinen betrokken (in beslag genomen) vuurwerk ter beschikking gegeven. Tevens heeft het EOCKL de ontsteking van het vuurwerk verzorgd en de volledige regie met betrekking tot alle aspecten van veiligheid, e.d. in handen gehad.
Het verloop van een vuurwerkbrand
Vuurwerkartikelen (voor de particulier gebruiker) bestaan uit een verpakking met daarin een kleine hoeveelheid ontplofbare stof, veelal sassen. Voor het tot ontsteking brengen of activeren van de ontplofbare stof is aan het artikel een lont(je) aangebracht. Dit lont is in principe de enige verbinding van de buitenkant van het artikel met de inhoud.
Bij de diverse brandproeven, vaak door TNO in opdracht van het Bureau Adviseur Milieu vergunningen van de DMKL, met vuurwerk in een gesloten vuurwerkbewaarplaats is gebleken dat, door gebrek aan zuurstof, een brand niet kan standhouden. Zelfs als een deel van de ontplofbare stof bij de brand betrokken is, of betrokken is geweest. De fysieke scheiding van de ontplofbare stoffen in de verpakking belemmert een onmiddellijke voortzetting van de brand. Steeds is gebleken dat slechts zeer incidenteel een vuurwerkartikel in de bewaarplaats opnieuw wordt geactiveerd, wellicht door smeulend materiaal.
Omdat ongeveer twee-derde van de vuurwerkartikelen uit gewoon papier of karton bestaat, ligt het voor de hand dat voor de verbranding de toevoer van zuurstof nodig is. Een brand in een vuurwerkbewaarplaats is voor het merendeel derhalve een gewone brand.
Wel heeft de aanwezigheid van de ontplofbare stof - zelf een zuurstofdrager - een escalerende werking op het verbrandingsproces. Dan nog blijft de vraag of het vuur stand zou kunnen houden in een gesloten bewaarplaats.
Uitvoering van de beproeving
In de bewaarplaats werd ongeveer 4000 kg vuurwerk, voor het merendeel in de - soms geschonden - vervoersverpakking en een klein deel los vuurwerk, geplaatst. Desbetreffend vuurwerk, ook al was het afkomstig van Domeinen als "in beslag genomen" vuurwerk, mag in principe als representatief genoemd worden van wat er in de handel in Nederland beschikbaar is. Een deel van het vuurwerk was echter "illegaal".
Omdat, zoals bekend een brand zich moeilijk voortzet in een gesloten ruimte, heeft de EOCKL een aantal kruitladingen tussen het vuurwerk geplaatst, die met elektrische ontstekers werden geactiveerd. Deze kruitladingen werden op een aantal verschillende plaatsen in de bewaarplaats gezet en voorzien van een ontsteker. De ontsteking is elektrisch en wordt vanaf een veilig punt, via draden, geactiveerd.
De draden over de drempel van de deur hebben ertoe geleid dat de deur niet geheel zuiver kon sluiten de gevolgen waren dat (a) de deur klemde waarbij de deur wat moeilijker open kon gaan en (b) de deur niet geheel sloot.
Het vuurwerk was tot dicht (en nogal wankel) bij de toegangsdeur gestapeld. Na het plaatsen van het vuurwerk, de kruitladingen en het aanbrengen van de ontstekingssystemen, werd de deur gesloten en het vuurwerk aangestoken.
Na het onsteken werd door overdruk de deur een paar keer geopend en kwam er rook uit de bewaarplaats. De ontstekingsdraden belemmeren in eerste instantie een volledige sluiting, hetgeen enige luchttoevoer in de hand werkte.
Later, door het omvallen van de stapel, bleef de deur op een ruime kier staan en werd luchttoevoer, door convectiewerking, mogelijk.
De deur heeft meer dan 30 minuten stand gehouden en voldeed daarmee aan de gestelde eis van 30 minuten brandwerendheid.
Omdat de deur niet meer volledig kon sluiten, zijn de deur en het kozijn volledig weggebrand. Daardoor kon de brand standhouden en in hevigheid toenemen.
Door de intense hitte binnen de bewaarplaats werden de dakplaten, door het uitzetten van de in het cellenbeton aangebrachte wapening, enigszins krom getrokken en was er sprake van het afbladderen (spalling) van de buitenste laag van de platen. E.e.a. liet derhalve verdere ventilatie toe.
Na ruim vijf (5) uur felle brand nam de intensiteit enigszins af en werd besloten het nog aanwezige vuurwerk te blussen.
Daarbij bleek dat ongeveer één-derde van het vuurwerk niet of nauwelijks bij de brand betrokken was geweest.
De bewaarplaats stond nog overeind en had ruim voldaan aan de eisen van 60 minuten brandwerendheid en de beoogde constructieve deugdelijkheid.
Bron
Koninklijke Landmacht Sie Milan/ BAM
Aanpassing i.v.m. de nieuwe vuurwerkwet
De nieuwe vuurwerkwet eist naast onze reeds veilige opslag een voorziening in de vorm van een sprinkler installatie. Sinds 2005 zijn onze bunkers hiervan voorzien, de installatie is met een dubbele watervoorziening uitgerust, welke een capaciteit heeft van 54m3 per uur per pomp. Meester Vuurwerk is mede voorzien van een eigen noodstroom voorziening met een capaciteit van 50 Kva
|